De meeste mensen komen eerlijk aan hun geld. Meestal gewoon door het te verdienen met werk. Eventueel door giften van anderen, zoals een erfenis of gulle ouders.
Het geld dat je verdient met werken vertegenwoordigt datgene dat anderen vrijwillig voor jouw diensten over hebben. Stel je hebt een baan. Mensen betalen graag geld voor de producten van het bedrijf waar je werkt. En omdat jij een bijdrage in die productie levert krijg jij ook een deel van dat geld. Met dat geld kun jij vervolgens weer producten kopen. Het geld is een tussenstation. Het komt er op neer dat jij, via de markt, jouw diensten voor de diensten van anderen hebt geruild. En als je veel verdient zijn jouw diensten voor anderen in de samenleving blijkbaar van hoge waarde geweest.
In ieder geval gaat jouw verdienste niet ten koste van anderen, want al die anderen doen vrijwillig mee aan het ruilsysteem dat we de economie noemen en ze doen dat omdat ze baat hebben bij die samenwerking. De economie is geen zero-sum-game. Het feit dat wij in het rijke westen rijk zijn is er niet de oorzaak van dat ze in de derde wereld arm zijn. Het feit dat jij veel verdient is er niet de oorzaak van dat een ander weinig verdient. Je hoeft je dus niet schuldig te voelen over je eigen rijkdom. Dat wil niet zeggen dat je geen medelijden met anderen mag hebben. Je mag natuurlijk best anderen helpen en het is ook mooi om dat te doen. Maar helpen kun je het beste zien als iets dat je vrijwillig voor een ander over hebt. En niet als iets waartoe je verplicht bent en waarover je je schuldig moet voelen als je het niet doet.