Om te kunnen leven moet je ten eerste in leven blijven. Dat betekent dat je moet eten. En om het een beetje prettig te kunnen hebben moet je kunnen wonen. Wonen en eten kosten geld. Alleen al daarom is geld belangrijk. Maar een mens wil meer dan alleen eten en wonen. Met alleen dat zou het leven te saai zijn. Er zijn vele dingen waar je van kunt genieten zonder dat daar geld voor nodig is. Bijvoorbeeld: vriendschap, liefde, de zon. Maar het is de aard van de mens dat hij meer wil bereiken dan datgene dat de natuur en sociale contacten hem gratis bieden. De meeste mensen willen ook graag allerlei andere dingen die door mensen geproduceerd worden, zoals een auto, films, musea, TV, een vakantiereis, meubels, kunst, een groot huis, gezondheidszorg, etc. Omdat het niet efficiënt is als iedereen deze dingen zelf produceert is er specialisatie in productie ontstaan. Iedereen specialiseert zich in een bepaald werk en verdient daar geld mee. De hoeveelheid geld die je verdient vertegenwoordigt de hoeveelheid producten die je kunt kopen. Omdat ik, zoals denk ik de meeste mensen, al die mooie producten reuze leuk en handig vind is geld voor mij heel belangrijk. Dat heb ik immers nodig om die producten te kopen. Je zou kunnen zeggen dat geld een vorm van vrijheid is. Hoe meer geld je hebt, hoe meer mogelijkheden je hebt om leuke dingen te doen. Een van mijn lijfspreuken is dan ook:
Dit alles wil overigens niet zeggen dat bij mij geld verdienen ten koste van alles gaat. Er is namelijk iets anders dat ik heel belangrijk vind: ik heb geen zin om hard te werken. Ik ben lui. En ik heb zeker geen zin om hard te werken als ik het werk niet leuk vind. Als ik het werk wel leuk vind ben ik bereid harder te werken, maar niet te hard. Het feit dat ik geld erg belangrijk vind en hard werken vervelend, zijn twee tegenovergestelde krachten. En ik zoek daar een optimum in. In ieder geval is het zo dat als ik moet kiezen tussen een leven met een drukke kantoorbaan met elke avond overwerk en een goed salaris en een auto en een groot huis enerzijds, en een leven zonder veel luxe maar met werk dat leuk is en niet al te veel anderzijds, dat ik dan liever voor dat laatste kies. Ik wil graag miljonair worden. Maar alleen als dat kan zonder een al te grote opoffering in termen van hard werken. Als dat niet kan, dan maar geen miljonair. Omdat geld zo belangrijk is, is het uiteraard ook belangrijk om verstandig met geld om te gaan. Verstandig uitgeven dus. En verstandig investeren.
Er zijn volgens mij belangrijke overeenkomsten tussen tijd en geld. Ten eerste: het kost tijd om te werken om geld te verdienen. Omgekeerd: als je minder werkt lever je geld (salaris) in om meer vrije tijd te verkrijgen. Verder is het met tijd net als met geld: aan het einde van de dag/maand snap je nooit waar al je tijd/geld gebleven is. Hier volgt dus nog een bekende uitspraak over tijd, weliswaar cliché, maar waar:
Er is ook een verschil tussen tijd en geld. Je kunt zeggen dat je te weinig geld hebt - je hebt te weinig geld om een bepaald iets te doen. In het algemeen heeft iedereen te weinig geld, want meer is altijd beter. Er is echter niemand die in het algemeen teveel (of te weinig) tijd heeft. Tijd is immers een vergelijkingsschaal en geen hoeveelheid. De uitspraak hierboven kan dus niet letterlijk genomen worden. Je hoort wel eens mensen zeggen: waren er maar 48 uren in een dag, dan kon ik veel meer doen. Maar een dag is alleen maar een definitie van 24 uren. Dus de uitspraak betekent eigenlijk: waren er maar 48 uren in 24 uren. Dat is net zo zot als zeggen: waren er maar 2 kilometers in een kilometer, dan kon ik verder lopen. Iemand die zegt dat hij te weinig tijd heeft bedoelt eigenlijk dat hij te veel te doen heeft, of teveel hooi op zijn vork heeft genomen, een kwestie van prioriteiten dus. Om met de befaamde magnumreclame te spreken: