De onzinnigheid van de zomertijd

(eerder gepubliceerd in HP/De Tijd, 25 maart 2005)

door Henry R. Sturman


De zomertijd is er om geen daglicht te verspillen aan slapen en geen energie te verkwisten door in het donker te leven. Maar voor een efficiënter gebruik van daglicht bestaan veel rationelere oplossingen.


Pasen zal dit jaar een uur korter duren omdat dan de jaarlijkse rituele klokverschuiving plaatsvindt. Mensen zeggen vaak dat het door de zomertijd 's avonds langer licht blijft. Maar eigenlijk blijft het niet echt langer licht door de uren van de dag anders te noemen, dus door het komende halfjaar acht uur negen uur te noemen, negen uur tien uur te noemen, enzovoort. De mens heeft immers geen enkele invloed op wanneer de zon opkomt of ondergaat. De enige manier om echt te zorgen dat het 's avonds langer licht blijft is door enorme spiegels in een baan om de aarde te hangen die het zonlicht reflecteren (de Russen schijnen daar plannen voor te hebben).

Het veranderen van de klok om 's avonds meer licht te krijgen doet een beetje denken aan het idee van een internetsite die propageert de week te veranderen van zeven dagen van 24 uur in zes dagen van 28 uur, met als argument dat je dan meer tijd hebt om de dingen te doen die je graag wil doen. Zowel dit idee als de zomertijd zijn net zoiets als het verlengen van een touw door er aan het ene eind een stuk af te knippen en dat aan de andere kant er weer aan te plakken.


Het klopt natuurlijk dat wanneer we in de lente de klok een uur vooruitzetten, we na het werk een uur meer licht hebben en elektriciteit besparen. Maar dat komt niet door het veranderen van de klok, maar door onze beslissing om als de zomertijd ingaat, plotseling een uur eerder op te staan en aan het werk te gaan. Wat dat betreft is de zomertijd een beetje raar. Als we graag in de zomer een uur eerder met werken willen beginnen, dan kunnen we dat gewoon afspreken. De zomertijd is eigenlijk een eufemisme om hetzelfde te bereiken. We willen graag om acht uur beginnen te werken in plaats van om negen uur, maar dat lijkt zo vreselijk vroeg. Dus bedenken we een ander woord voor 'acht uur', namelijk 'negen uur'.

Bovendien past het niet goed bij onze individualistische samenleving om iedereen via een zomertijd twee keer per jaar dezelfde wijziging van leef- en werkschema op te dringen. Als sommige mensen in de zomer een ander werkschema prefereren dan in de winter, dan staat het hun vrij om twee keer per jaar een verandering van werktijden af te spreken. Sommige mensen willen helemaal geen verschuiving, sommige mensen zullen hun schema in de zomer een uur willen verschuiven, anderen twee uur, et cetera. Er is ook geen reden dat alle kantoortijden precies hetzelfde zouden moeten zijn, zolang er voldoende overlap is om communicatie tussen bedrijven mogelijk te maken. Sterker nog: het is juist onwenselijk dat alle kantoortijden hetzelfde zijn en dat alle werktijden op hetzelfde moment verschoven worden. In verband met het fileprobleem zou het veel beter zijn als er meer verschillen zouden zijn in werktijden.


TToen de zomertijd in 1907 voor het eerst werd voorgesteld door de Engelsman William Willet werden zijn ideeën bespot. Maar in 1916 werd de zomertijd voor het eerst ingevoerd in een aantal landen, waaronder Nederland, om energie te besparen. In Nederland werd de zomertijd in 1945 afgeschaft en in 1977 weer ingevoerd.

De gedachte achter de zomertijd is dat daglicht voornamelijk in de zomer verspild wordt, wanneer de zon vroeg opkomt terwijl mensen nog in bed liggen. Daarom lijkt het een goed idee om de klok in de zomer een uur vooruit te zetten maar in de winter niet – anders zouden we 's winters een groter deel van de tijd in het donker al naar het werk moeten.

Maar het is twijfelachtig of veel mensen het erg vinden om in het donker naar hun werk te gaan in de winter. Het nadeel daarvan wordt gecompenseerd door het voordeel dat het dan na je werk langer licht is. Dus als het een goed idee is om de klok in de zomer een uur vooruit te zetten, kan er weinig bezwaar zijn om de klok 's winters ook een uur vooruit te zetten, of om gewoon de kantoortijden het hele jaar door een uur te vervroegen, wat op hetzelfde neerkomt. Het zou niet erg zijn als de klok het hele jaar door een uur vooruit staat, want dan heb je tenminste weer een ouderwets normale constante tijd die niet twee keer per jaar plotseling een uur verandert. Bovendien zou dit zelfs nog iets meer daglicht en energie besparen dan het systeem dat we nu hebben.

Wat zo irritant is aan de zomertijd, is dat er nauwelijks een voordeel mee wordt bereikt (in vergelijking met het alternatief van ons leefschema of de klok het hele jaar een uur verschuiven), terwijl het wel leidt tot de noodzaak om twee keer per jaar een lange reeks klokken, horloges, videorecorders, stereotorens, magnetrons, mobiele telefoons, et cetera te verzetten.

Maar de zomertijd is bovenal onwenselijk omdat het een volstrekt verkeerde manier is om een op zich goed doel te bereiken. Het doel van de zomertijd is om te voorkomen dat we daglicht verspillen tijdens het slapen. Hieronder wordt dit algemene doel verder onderverdeeld in drie meer specifieke bedoelingen die de zomertijd zou kunnen hebben. Het blijkt dat in geen van die gevallen de huidige zomertijd daarvoor de juiste oplossing is.


Ten eerste, als het de bedoeling van de zomertijd is dat we een zo groot mogelijk deel van de dag in het daglicht besteden, terwijl het niet uitmaakt hoe het daglicht verdeeld wordt over werk en vrije tijd, dan is er geen zomertijd nodig, maar een verschuiving van de gebruikelijke kantoortijden. Die zouden dan namelijk het hele jaar door van 6 tot 14 uur moeten zijn. We zouden dan tegen 5 uur opstaan en tegen 21 uur naar bed gaan. Met dat schema is er een maximale periode dat het onze hele wakkere dag lang licht is (drieëneenhalve maand per jaar, schemertijd meegerekend), terwijl er nooit daglicht wordt verspild als we slapen (behalve in de zomer wanneer er meer daglicht is dan er wakkere uren zijn).


Ten tweede, als het de bedoeling van de zomertijd is dat we na het werk zoveel mogelijk vrije tijd in het daglicht kunnen besteden, dan is de zomertijd precies omgekeerd. Het is immers juist in de winter dat er 's avonds het grootste gebrek aan daglicht is. Dus met deze redenatie zouden we de klok niet in de zomer maar in de winter vooruit moeten zetten. In de zomer kunnen we wederom het beste rond 5 uur opstaan, van 6 tot 14 uur werken en rond 21 uur naar bed gaan, zodat we de hele dag tijdens het daglicht doorbrengen. Maar in de winter kunnen we het beste werken van 2 uur 's nachts tot 10 uur in de ochtend. We staan dan rond 1 uur 's nachts op en gaan om 17 uur naar bed. Weliswaar werken we dan 's winters grotendeels in het donker, maar we zorgen er wel voor dat we het hele jaar door al onze tijd na het werk in het daglicht doorbrengen. Als we dit willen bereiken door niet onze werktijden te veranderen, maar door het verschuiven van de klok, dan moet de klok in de winter vier uur vooruit worden gezet. Of eigenlijk zouden we de klok tussen zomer en winter geleidelijk vooruit moeten zetten, bijvoorbeeld in vier stappen van een uur, en daarna richting de zomer in vier stappen van een uur weer achteruit moeten zetten. We zouden dus acht keer per jaar onze klokken moeten wijzigen. Het wordt dan het hele jaar door om 21 à 22 uur donker. Dit zou ongeveer op hetzelfde neerkomen als de tijdrekening in zogenaamde Italiaanse uren (een systeem waarbij het kloktijdstip van zonsondergang het hele jaar door gelijk blijft), die vroeger gebruikt werd in Italië, Polen en Tsjechië.


Ten derde, als het de bedoeling van de zomertijd is om naar je werk te gaan en te werken terwijl er daglicht is en het resterende daglicht voor na het werk te bewaren, dan klopt er helemaal niets van de zomertijd. Eind december begint het namelijk rond 8 uur licht te worden en eind juni al rond half 4 (wintertijd). Dus in de winter zijn de kantoortijden van 9 tot 17 uur precies goed, maar om in de zomer te zorgen dat het rond 8 uur, bij het opstaan, licht wordt zou je de klok ruim vier uur vooruit moeten zetten. Dus met dit argument zou een optimale zomertijd eruit bestaan dat de klok tussen winter en zomer geleidelijk vooruit wordt gezet, bijvoorbeeld in vier stappen van een uur, en daarna richting de winter weer geleidelijk achteruit wordt gezet. De ironie is dat het oorspronkelijke idee van de zomertijd inderdaad op dit principe gebaseerd was, en daarom een veel beter idee was dan wat we nu hebben (alleen stelde Willet vreemd genoeg niet vier stappen van een uur voor, maar vier stappen van twintig minuten, zodat zijn systeem daardoor toch nogal onzinnig was).

In de jaren vijftig pleitte het voormalige Tweede-Kamerlid George van den Bergh ervoor om iets dergelijks te bereiken door vier keer per jaar de klok aan te passen zodat ze soms ietsje te snel loopt en soms ietsje te langzaam. Op die manier zou er een gelijkmatige verschuiving van de klok zijn, waardoor de zon het hele jaar door op ongeveer hetzelfde tijdstip opkomt (dit komt ongeveer overeen met de tijdrekening in zogenaamde Babylonische uren die op sommige zonnewijzers kan worden afgelezen). In tegenstelling tot de zomertijd verloopt deze klokverandering volstrekt pijnloos en ongemerkt, zonder dat je af en toe plotseling een uur uit de dag kwijtraakt.

In 1957 bedacht Van den Bergh een variant in de vorm van de zogenaamde Euro-Klok. Daarbij zouden alle klokken de ene helft van het jaar vijftig seconden per dag voorlopen en de andere helft van het jaar vijftig seconden per dag achterlopen. Er zou dan meer variatie zijn in het tijdstip van zonsopkomst, maar de klok had wel als voordeel dat het geschikt was om in heel Europa in te voeren zonder onderlinge tijdsverschillen.

De klok van Van den Bergh is niet alleen eleganter dan de zomertijd, maar misschien ook eleganter dan onze normale klok. Het is namelijk veel logischer om de klok te koppelen aan de opkomst van de zon, hetgeen immers eigenlijk het begin van de dag is. Vrijwel alle tijdsystemen waren vroeger dan ook gebaseerd op het principe dat het tijdstip van zonsopkomst het hele jaar gelijk was. Dat begon pas te veranderen na de opkomst van de mechanische klok in de veertiende eeuw.


De Amerikaanse geleerde Benjamin Franklin wees er in 1784 ook al op dat het veel logischer zou zijn als mensen tegelijk met de zon zouden opstaan en dat dat een enorme energiebesparing in de avonden zou opleveren (in de vorm van kaarsen). Aan de andere kant kan het zijn dat mensen het gewoon gezellig vinden om 's avonds achter de gordijnen onder hun eigen privé-verlichting te ontspannen en tv te kijken, knus afgesloten van een donkere buitenwereld. Wat dat betreft is de zomertijd een poging van de overheid om mensen voor hun eigen bestwil een andere levensstijl op te leggen dan ze zelf willen.

Maar als we het doel van de zomertijd ondersteunen, namelijk het efficiënter gebruik van daglicht, dan is de oplossing volkomen onzinnig. Het is dus hoog tijd om de zomertijd af te schaffen. Als we het daglicht optimaal willen gebruiken en energie willen besparen, dan zet het veel meer zoden aan de dijk om ons leefschema het hele jaar door drie uur te vervroegen of zoiets als de Euro-Klok in te voeren. Het argument van de regering destijds dat het te ingewikkeld is om klokken te maken die bepaalde tijden van het jaar ietsje voor- of achterlopen is achterhaald. Met onze huidige digitale klokken en is dat geen enkel probleem.


Terug naar Henry Sturmans homepage

Email: henry@sturman.net