Een libertarische visie op oorlogsmisdaden (2 augustus 2004)

door Henry R. Sturman

In dit artikel wil ik een aanzet geven tot een libertarische visie op het begrip "oorlogsmisdaden". Het libertarisme is, kort gezegd, de visie dat ieder mens de vrijheid moet hebben om te doen en laten wat hij wil, zolang hij geen agressie pleegt tegen de persoon of het eigendom van een ander.

Ik denk dat strict genomen libertariërs het begrip oorlogsmisdaden niet accepteren, of in ieder geval niet zouden moeten accepteren. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat de term "oorlogsmisdaden" refereert naar een lovenswaardig moreel idee. Het idee van de term lijkt namelijk te zijn te zorgen dat oorlog geen excuus kan zijn om misdaden te begaan. Zelfs in een oorlog kun je misdaden begaan, namelijk oorlogsmisdaden, zo is het idee. Voor die daden ben je verantwoordelijk en daar dien je voor gestraft te worden. Dat lijkt een libertarisch principe. Maar ik wil hier beargumenteren dat het concept oorlogsmisdaden precies het omgekeerde inhoudt. Het is niet een concept dat bedoeld is om mensen die misdaden plegen tijdens een oorlog te kunnen aanpakken, maar het is juist een concept dat bedoeld is om mensen die bepaalde misdaden plegen tijdens een oorlog vrijuit te laten gaag. Hieronder zal ik deze stelling uitleggen.

Als het de bedoeling was geweest om alle misdaden ook tijdens een oorlog te bestraffen, dan was het begrip oorlogsmisdaad overbodig geweest. Dan zou men namelijk gewoon spreken over misdaden in plaats van over oorlogsmisdaden. Er zijn al wetten die misdaad verbieden, dus er zijn geen speciale wetten voor oorlogsmisdaden nodig. Wat er dus in feite aan de hand is, is dat het concept oorlogsmisdaden aangeeft dat misdaden tijdens oorlog doorgaans juist niet strafbaar zijn. Je wordt alleen gestraft voor misdaden die behalve als gewone misdaden ook nog als oorlogsmisdaden worden gecategoriseerd. Soldaten worden immers meestal bijvoorbeeld niet gestraft voor het doden van burgers en soldaten. Het begrip oorlogsmisdaad houdt in dat soldaten alleen gestraft worden voor extreme daden die men in het kader van oorlogsvoering te ver vindt gaan, zoals martelen, verkrachten, het expres uitroeien van grote groepen burgers of het doden van krijgsgevangenen.

Het begrip oorlogsmidaad is dus een vrijbrief om allerlei daden te plegen, met name het doden van anderen, die in een normale niet-oorlogssituatie wel als misdaad zouden gelden. Libertariërs zouden er voor moeten zijn dat mensen in alle omstandigheden, ook in oorlog, gestraft worden voor misdaden en niet alleen voor "oorlogsmisdaden". Probleem is dat het op basis van de libertarische ideologie niet altijd duidelijk is wanneer het doden van iemand tijdens een oorlog wel of niet een misdaad is. Een agressieve doding is libertarisch gezien een misdaad terwijl het doden uit zelfverdediging geen misdaad is. Met andere woorden: dezelfde regels die tijdens vrede gelden zouden ook tijdens oorlog moeten gelden. Maar wie de agressor is en wie de verdediger is niet altijd duidelijk.

Een voorbeeld. In de oorlog tussen de geallieerden en de nazi's denk ik dat je de nazi's als de agressor kunt zien en de geallieerden als de mensen die zichzelf en anderen tegen die agressie verdedigden. De nazi's vielen immers andere landen binnen met het doel om de mensen daar meer te onderdrukken dan de daar gevestigde staten deden. En ze roeiden allerlei onschuldige mensen, zoals joden, in grote getalen uit. De geallieerden probeerden mensen te bevrijden van de onderdrukking van de nazi's. Nu is het wel zo dat ze de mensen libertarisch gezien niet volldige bevrijdden: na de overwinning op de nazi's stelden de geallieerden bijvoorbeeld de onderdrukking door de oorspronkelijke Nederlandse staat opnieuw in, in plaats van mensen volledige vrijheid toe te staan. Maar omdat die onderdrukking veel minder erg was dan die van de nazi's, kun je toch als een relatieve bevrijding zien. Omdat je bij twee kwaden nu eenmaal de minste van de twee kwaden moet kiezen, kun je niet anders dan in het conflict tussen geallieerden en de nazi's de kant van de eersten kiezen en de laatsten als de agressor aanmerken. Geen partij kiezen lost het probleem niet op wie wel of niet gestraf moet worden, en staat daarom gelijk aan je kop in het zand steken.

Ter vergelijking: als persoon A persoon X wil vermoorden en persoon B wil persoon X een klap in zijn gezicht geven, dan denk ik dat B het recht heeft A neer te schieten. Hij redt daarmee immers het leven van X, ook al geeft hij X daarna een klap (waarvoor hij dan ook weer gestraft dient te worden). Persoon A heeft echter niet het recht om persoon B neer te schieten. Hij redt daarmee wel X van het krijgen van een klap in zijn gezicht, maar dat is geen werkelijk verdediging van X als hij persoon X daarna vermoordt.

Dus: als een nazisoldaat een geallieerde soldaat doodschiet moet hij berecht worden als moordenaar. Als een geallieerde soldaat een nazi-soldaat neerschiet moet hij vrijuit gaan omdat dat een doding uit zelfverdediging is of uit verdediging van de met de dood bedreigde joden en anderen. Je hebt immers niet alleen het recht jezelf te verdedigen, maar je hebt ook het recht om anderen tegen agressie te verdedigen. Als mijn buurman zijn kind aan het mishandelen is heb ik ook het recht om die buurman met geweld tegen te houden.

Het begrip oorlogsmisdadiger is in deze zienswijze een immoreel begrip, omdat het ervoor zorgt dat de meeste moordende nazisoldaten vrijuit gingen en alleen hun bazen, die de allerergste dingen deden, gestraft werden. In feite hadden alle miljoenen nazi-soldaten gestraft moeten worden, behalve eventueel degenen die heel aannemelijk konden maken dat ze absoluut geen mogelijkheid hadden om te deserteren en bovendien zo min mogelijk hun best hebben gedaan om geallieerden te doden. Nazisoldaten die niet hebben geprobeerd te deserteren of die goed hun best hebben gedaan om mee te vechten hadden dus in ieder geval gestraft moeten worden.

En je kunt uiteraard ook een case maken dat geallieerden als Churchill en Rooseveld, die express tienduizenden Duitse burgers gedood hebben, ook gestraft hadden moeten worden. Ik vind wel dat geallieerden die bommen goeiden op militaire doelen, waarbij men het aantal burgerslachtoffers tot een minimum probeerde te beperken, vrijuit moesten gaan wanneer er per ongeluk een paar burgers omkwamen. Als iemand op een marktplein wild om zich heen aan het schieten is met een machinegeweer en tientallen mensen per seconde doodt dan is het immers ook te rechtvaardigen dat iemand die man neerschiet, ook al doodt hij met die kogel ook per ongeluk een onschuldige omstander. De eerste agressor is verantwoordelijk voor de situatie dat dat gebeurt, hij is dus de eigenlijke moordenaar van die onschuldige omstander, en niet de persoon die de agressor stopt en daarbij honderd mensen het leven redt. Als hij bij die redding een onschuldige doodt redt hij nog steeds netto 99 mensen, als de moordenaar bij niet ingrijpen 100 mensen had vermoord. Bovendien handelt de reder waarschijnlijk op een manier waarmee de omstanders vrijwillig akkoord zouden zijn gaan als er tijd was geweest het hen te vragen. Als de redder schiet heeft elk individu immers een grotere overlevingskans dan als de redder niet schiet.

Een probleem bij bommen gooien is wel waar je de grens legt. Een belangrijk militair doel vernietigen waarbij een onschuldige om het leven komt lijkt te rechtvaardigen. Een Duitse soldaat doden met een bom, waarbij ook 1000 onschuldige burgers omkomen lijkt niet te rechtvaardigen. Waar leg je de grens tussen die twee extremen? Hoewel de grens moeilijk te bepalen is, denk ik niet dat dat afbreuk doet aan het achterliggende idee. Dat idee komt er denk ik grofwel op neer dat je ernaar moet streven de totale hoeveelheid agressie te minimaliseren. Hoewel het denk ik ook complexer is dan dat. Als je een militair doel kunt vernietigen met een bom van duizend euro, maar er komen daarbij 10 onschuldigen om, en je kunt het ook vernietigen met een preciezere bom die een miljoen euro kost en waarbij 9 onschuldigen omkomen, dan kun je denk ik toch het gebruik van de goedkopere bom verdedigen.

Het argument dat je dan ook roofmoord kunt goedpraten als je daarmee 100 hongerende Afrikanen het leven redt gaat niet op: het minimaliseren van agressie is namelijk niet hetzelfde als algemeen utilitarisme. Een moord is minder agressie dan 100 moorden, vermindert dus de totale hoeveelheid agressie en vergroot dus de vrijheid. Een moord is echter meer agressie dan 0 moorden en 100 hongerdoden. Essentieel is dus het verschil in utilitarisme in termen van agressie (die de vrijheid en dus het libertarisme maximaliseert) en pure utilitarisme in termen van geluk (die de hoeveelheid vrijheid kan doen afnemen).

Problemen ontstaan wel in oorlogen waar het veel minder duidelijk is wie de agressor is, zoals in de oorlog in Joegoslavie. Daar moeten in ieder geval soldaten van beide partijen gestraft worden als ze expres onschuldige burgers gedood hebben. Maar soldaten die elkaar hebben gedood zouden wellicht in zo'n oorlog wel vrijuit moeten gaan, omdat het om een oorlog om territorium ging waarbij libertarisch niet duidelijk was wie gelijk had of welke van verschillende partijen de grootste onderdrukker was. Als Jan en Piet met elkaar gaan vechten over wie van de twee Karel in elkaar mag gaan slaan, dan zijn ze alletwee even immoreel en is het een onzinnig gevecht dat ze als het ware vrijwillig met elkaar aangaan. Dus is er dan geen echte agressor en geen misdadiger (behalve dat de winnaar misdadiger wordt op het momen dat hij Karel in elkaar slaat).

Kortom: libertariers moeten ervoor pleiten dat rechtsregels in tijden van oorlog dezelfde zijn als rechtsregels in tijden van vrede. Het begrip oorlogsmisdadiger is in dat kader een onacceptabel begrip, omdat het bepaalde misdaden juist goedkeurt. In de praktijk komt mijn visie erop neer dat in een oorlog waar de relatieve agressor duidelijk is, meer mensen gestraft kunnen worden dan volgens de ideologie van de oorlogsmisdaad. Als de agressor niet duidelijk is, dan zal de praktijk niet zoveel afwijken van de situatie waarin met uitgaat van het concept oorlogsmisdaden.

Ook het begrip "soevereiniteit" is een verkeerd begrip. Er is geen soeverein recht van een regime om zijn onderdanen naar eigen vrije wil te onderdrukken. Er is alleen een soeverein recht van individuen over hun eigen leven. Het onderscheid tussen een aanvalsoorlog en een verdedigingsoorlog in termen van soevereiniteit van staten is dan ook verkeerd en een vorm van etatistisch denken die je helaas bij libertariërs vaak tegenkomt. Bijvoorbeeld: de aanval van de VS op het Irakese regime was een aanvalsoorlog in termen van staatsdenken, maar een verdedigingsoorlog in termen van individuen (de Irakezen werder bevrijd van een agressieve dictator) en daarom moreel te verdedigen.

Dat wil niet zeggen dat ik per se voor die oorlog ben. Er zijn andere mogelijke argumenten om ertegen te zijn, zoals dat Irak wellicht geen strategisch goede keuze was omdat er gevaarlijker regimes waren. Of dat het niet juist is dat Amerikansen gedwongen worden belastinggeld en levens op te offeren voor de bevrijding van anderen. Wel vind ik het immoreel om de oorlog af te keuren op basis van het zogenaamde morele standpunt dat je niet het recht hebt een ander land in te vallen, of dat je dat recht niet hebt zonder toestemming van een club van dictators (de Verenigde Naties). Als je die positie inneemt, dan kies de de kant van Saddam Hoessein, en verdedig je impliciet het bestaansrecht van een onmenselijk en misdadig regime. Als je de oorlog afkeurt omdat het erger is om per ongeluk 100 Irakezen met bommen te doden dan Hoessein door te laten gaan met het doden van tienduizenden, dan moet je ook tegen de bevrijding van Nederland door de Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog zijn. Bij die bevrijding kwamen immers veel meer onschuldigen om.


Terug naar Henry Sturmans homepage

Email: henry@sturman.net