Noot: Dit artikel werd eerder geplaatst in Vrijbrief nr 4. uit 1997 als reactie op het artikel van Rob van Glabbeek in hetzelfde blad, waarin hij polygamie verdedigt.
Dit soort artikelen moeten we meer zien in de vrijbrief. In plaats van de politiek, waar je als individu toch niet veel aan kunt veranderen, gaat het om praktische zaken in je persoonlijke leven. Libertariërs zijn immers meestal niet alleen voor vrijheid op het gebied van rechten, maar ook op het gebied van sociale relaties.
Sociale vrijheid betekent dat je op een zodanige manier met anderen omgaat dat anderen niet over jou beslissen en dat je zo min mogelijk plichten en beperkingen met betrekking tot anderen hebt. In het kader van sociale vrijheid zou ik mensen bijvoorbeeld aanraden om niet naar een feestje van een kennis te gaan omdat je vindt dat het onbeleefd is niet te komen, terwijl je eigenlijk geen zin hebt. In het kader van liefdesrelaties zou ik aanraden niet al je geld en eigendommen te delen. En ik zou aanraden je partner vrij te laten als die eens met een ander op vakantie wil. Op dit punt aangekomen lijkt het logisch om aan te raden elkaar ook vrij te laten om vreemd te gaan. Het bewonderenswaardige aan het artikel van Van Glabbeek is dat hij dit inderdaad consequent doet, met een behoorlijke onderbouwing. Waarom dan ben ik toch niet bekeerd en streef ik nog steeds een monogame liefdesrelatie na?
Mijn gevoel zegt me drie dingen, die voor mij persoonlijk gelden:
Hoewel ik deze gevoelens gewoon heb, zonder dat ik me daarbij direct bewust ben van rationele redenen, kan ik er door na te denken toch redenen voor bedenken.
Ad 1 (een monogame relatie fijner is dan een polygame): Ik wil een relatie waarin je in het algemeen elkaar vrij laat. Bijvoorbeeld om op vakantie te gaan met een ander, uit te gaan met een ander, etc. Met een uitzondering: je laat elkaar niet vrij om sex te hebben met een ander. Wat is er zo speciaal aan sex? Sex is een heel erg intiem iets en als je sex hebt met iemand om wie je geeft dan krijg je een bijzondere emotionele band met die persoon. En als je ervoor kiest om monogaam te zijn dan is een van de aspecten van die band de exclusiviteit ervan. En in tegenstelling tot Van Glabbeek zie ik exclusiviteit niet als een vervelende beperking maar juist als een positief iets. Het idee namelijk dat je sex en de bijbehorende intimiteit alleen met elkaar hebt, jij niet met een ander en zij niet met een ander, geeft een euforisch gevoel. Door de exclusiviteit wordt die ander de belangrijkste persoon in de wereld voor je en jij voor die ander en daardoor wordt de band die je met je geliefde hebt nog mooier en sterker dan die zou zijn als die wederzijdse exclusiviteit er niet was. Verder, je deelt iets van jezelf met degene met wie je een intieme liefdesrelatie hebt. En als je datzelfde ook met een ander deelt dan heb je minder om aan je partner te geven. Ik stel dat als je sexuele intimiteit deelt met een derde dat je dan minder liefde en intimiteit over hebt voor je partner en dat daardoor de kwaliteit van de relatie met je partner achteruit gaat. Ik ben het op basis hiervan niet eens met Van Glabbeek's aanname dat je niet slechter af bent als je partner vreemd gaat.
Ad 2 (als ik de behoefte heb om vreemd te gaan dan is mijn relatie niet meer optimaal): Waarom zou ik vreemd gaan? Als ik helemaal tevreden ben met mijn partner dan hebben we een hele speciale band opgebouwd waardoor het veel leuker is om met haar sex te hebben dan met welke andere vrouw ook. En ook als we een tijd van elkaar vandaan zijn zou ik een ander niet willen, omdat het fijner is om het verlangen naar mijn geliefde te voelen. Bovendien doet vreemdgaan afbreuk aan de waarde van de relatie met mijn partner vanwege de redenen genoemd bij 1. En dit is alleen dan niet erg wanneer die relatie toch al niet zo goed meer is. Het feit dat ik vreemd wil gaan met een ander betekent dus dat mijn relatie niet meer optimaal is.
Ad 3 (ik vind het vervelend als mijn partner vreemd wil gaan en nog vervelender als ze het werkelijk doet en in dat geval ben ik heel erg jaloers): Omdat ik ervan uitga dat mijn partner dezelfde gevoelens heeft over monogamiteit als ik neem ik aan dat het feit dat ze vreemd wil gaan betekent dat van haar kant gezien onze relatie niet meer optimaal is. Dat is natuurlijk een teleurstelling. Bovendien is het een teleurstelling dat ze niet alleen mij als bedpartner wil, en dat heeft wellicht met ijdelheid te maken zoals Van Glabbeek aankaart. Als ze dan werkelijk vreemd gaat dan gaat ook nog die mooie gedachte van exclusiviteit verloren, zoals genoemd bij 1, en vandaar dat het nog erger is. En vervolgens ben ik ook nog eens heel jaloers. Ik maak hierbij onderscheid tussen jaloezie en afgunst. Jaloezie definieer ik als willen wat een ander heeft. En afgunst definieer ik als een ander iets niet gunnen, dus willen dat een ander iets niet heeft. Ik merk dat als ik me voorstel dat mijn partner vreemd gaat, dat ik dan negatieve gevoelens heb die te maken hebben met die derde. En wat die negatieve gevoelens zijn in rationele termen uitgedrukt weet ik eigenlijk niet zeker. Maar ik denk dat het jaloezie is en niet afgunst. Het feit dat ik jaloers ben houdt in dat ik wil wat mijn concurrent ook had: ik had liever gehad dat op met moment dat mijn partner sex met hem had ze het met mij had gehad. En dat betekent dat ik niet jaloers ben volgens Van Glabbeek's definitie, want hij definieert jaloezie als afgunst. Hiermee vervallen Van Glabbeek's argumenten op basis van afgunst tegen monogamie, althans voor wat mijn visie betreft. En ik denk trouwens dat hij gelijk heeft dat het niet redelijk is om afgunst te hebben, behalve jegens criminelen - ik gun het een moordenaar niet dat hij vrij uit gaat.
Zou dit alles een cultureel verschijnsel zijn wat ik heb overgenomen? Het zou kunnen. Maar is dat erg? Heel veel van onze smaak en leefwijze is aangeleerd. Dat is een typisch aspect van mensen en er is geen reden om dat erg te vinden.
Overigens vindt ik Van Glabbeek's eerste drie argumenten tegen het huwelijk grotendeels heel goed. Wat betreft zijn argument tegen een huwelijkscontract met de staat kan ik nog een grappig bericht noemen. In Pima County (Arizona, U.S.A.) zijn ouders die willen scheiden verplicht eerst een cursus van vier en een half uur te volgen over de effecten van een scheiding op kinderen.
Wat betreft het tweede argument, het elkaar voor onbeperkte duur trouw beloven, daar ben ik het mee eens met die kanttekening dat je het trouwen ook als een intentieverklaring kunt interpreteren. Als een paar trouwt, met als doelstelling een ritueel symbool waarmee ze aan elkaar en aan de wereld vertellen dat ze het gevoel hebben altijd bij elkaar te willen blijven en dat hun relatie dus een zekere status van vastheid heeft bereikt, dan kan trouwen een zinnig iets zijn. Het moet dan wel begrepen zijn tussen de partners onderling dat ze, mocht het anders lopen dan hun verwachting, niet bij elkaar zullen blijven uit medelijden of een misplaatst plichtsbesef.
Ten derde noemt Van Glabbeek de alomvattendheid van de relatie. Zoals aan het begin gezegd, met een uitzondering voor sex lijkt het me aan te raden om elkaar redelijk vrij te laten, al denk ik dat de meeste mensen in een relatie graag veel samen zullen willen zijn.
Wat betreft Van Glabbeek's pleidooi voor polygamie, ik denk natuurlijk dat het prima is als mensen een sexueel vrije relatie hebben, en dus vreemdgaan van elkaar goed vinden. Ik heb alleen maar uitgelegd dat ik persoonlijk de voorkeur geef aan een monogame relatie. En ik denk dat Van Glabbeek gelijk heeft dat er heel wat problemen ontstaan door vreemdgaan terwijl de partner monogamiteit verwacht. Wat dat betreft denk ik dat er voor veel mensen een zeker conflict is. Aan de ene kant hebben veel mensen behoefte aan een monogame relatie. Aan de ene kant hebben veel mensen de neiging om met meerdere partners naar bed te willen. Dat dit vooral bij mannen voorkomt is ook evolutionair te verklaren. Mannen die hun zaad bij meerdere vrouwen verspreiden krijgen immers meer nakomelingen. Daarom wordt de eigenschap van vreemd willen gaan door de evolutie bevoordeeld, vooral in mannen.
Ik denk dat het zeker aan te raden is aan mensen die graag meerdere sexuele partners hebben om duidelijk te kiezen voor polygame relaties en voor partners die dat ook willen. Ik verschil alleen van mening met Van Glabbeek dat dit voor iedereen de beste keuze zou zijn, althans dat het de beste keuze zou zijn om elkaar binnen een relatie in ieder geval de optie te geven ook met anderen naar bed te gaan. Als mensen het mooi vinden moeten ze kiezen voor de exclusieve monogame relatie. Dat is alleen raadzaam als je daar echt achter staat, en je moet het niet doen omdat het zo hoort, anders komen er inderdaad vervelende problemen van. Maar een echte romanticus vindt zijn geliefde de mooiste, de liefste en de enige.
Email: henry@sturman.net