Democratische dilemma's deel 3: Democratie: een wolf in schaapskleren

door Henry Sturman

Democratische dilemma's (2005): deel 1 deel 2 deel 3

Democratie is de moeder aller dooddoeners. Omdat we mogen stemmen, worden we geacht alles te accepteren wat de democratie ons voorschotelt. Het is een soort catch-22. Als je niet stemt mag je niet klagen, want dan had je maar moeten stemmen. En als je wel stemt mag je ook niet klagen, want je hebt immers mogen stemmen. Doorgaans wordt democratie gelijkgesteld aan idealen als vrijheid, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten, zelfbestuur, het mogen kiezen van je leiders, het delegeren van macht en het verdedigen van de rechten van minderheden. Is dat terecht? Laten we deze zaken een voor een langslopen.


Is democratie gelijk aan vrijheid? Nee. Een democratie hoeft niet per se de vrijheden van burgers te respecteren. Als de meerderheid voor een wet stemt die een bepaalde vrijheid aantast, dan wordt die wet aangenomen. Democratie en vrijheid zijn dus twee verschillende dingen. Democratie is een beslissingsmethode, maar de uitkomst van die beslissingsmethode kan zowel de vrijheid vergroten als verkleinen.

Maar is democratie niet toch gelijk aan vrijheid omdat we er zelf voor kiezen om bepaalde vrijheden in te leveren? Nee, want bijna niemand kiest er vrijwillig voor om zijn vrijheid in te leveren. Als er wordt voorgesteld de belastingen op luxe auto's te verhogen, dan zijn het doorgaans de mensen zonder luxe auto's die ervoor stemmen en de mensen met luxe auto's die ertegen stemmen. Het is dus meestal zo dat mensen niet zelf kiezen hun vrijheid in te leveren, maar dat continu de ene groep mensen de vrijheid van de andere groep aantast om er zelf beter van te worden. En als mensen zelf bepaalde vrijheden willen inleveren, door bijvoorbeeld in een klooster te gaan wonen of vrijwillig belasting over te maken aan de fiscus bij de aankoop van een luxe auto, dan kunnen ze dat gewoon doen. Daar is geen democratie voor nodig. De enige meerwaarde van de democratie is dat die het ook mogelijk maakt om de vrijheid van anderen te beperken. De politicus die van A wil nemen om aan B te geven kan altijd rekenen op de steun van B.

Betekent democratie vrijheid van meningsuiting? Nee, want een democratie kan ook de vrijheid van meningsuiting net zo ver beperken als ze wil. In Nederland is er ook geen volledige vrijheid van meningsuiting. Zo zijn discriminerende meningen over minderheden, smaad, laster, sommige beledigingen, het aanzetten tot haat, het beledigen van ons eigen of een bevriend staatshoofd en het ontkennen van de holocaust verboden. Hans Janmaat ging twee maanden de cel in omdat hij zich uitsprak tegen de multiculturele samenleving, een standpunt dat nu gemeengoed is. In een democratie kan het blijkbaar gevaarlijk zijn om meningen te hebben waar de meerderheid het niet mee eens is.

Gelijke rechten? Ook niet. In een democratie krijgt de meerderheid altijd zijn zin. Er is dus een ongelijkheid in rechten: de meerderheid heeft meer rechten dan de minderheid. Het mag dan zo zijn dat die meerderheid steeds wisselt - de ene keer hoor je bij de meerderheid en de andere keer hoor je bij de minderheid - maar per beslissing is er een ongelijkheid in rechten.

Daar zou je tegenin kunnen brengen dat er bij het beslissen over een wet weliswaar een ongelijkheid is, maar dat de wetten waarvoor gekozen wordt voor iedereen gelden. Dus in termen van de wet heeft iedereen toch gelijke rechten. Hoewel dat formeel klopt, klopt het praktisch gezien niet. Zwembaden worden bijvoorbeeld vaak gesubsidieerd. Misschien komt dat wel omdat 51 procent van de kiezers graag naar het zwembad gaat. Maar daardoor is er een situatie van ongelijke rechten ontstaan. Mensen die van zwemmen houden krijgen namelijk geld via goedkopere toegangskaartjes voor het zwembad, maar mensen die bijvoorbeeld liever naar het café gaan krijgen geen geld, omdat drankjes in het café niet gesubsidieerd worden. Dus hoewel de wet formeel voor iedereen gelijk is - iedereen heeft namelijk hetzelfde recht gebruik te maken van gesubsidieerde zwembaden - zijn de rechten in de praktijk niet gelijk. Iemand die niet van zwemmen houdt zal niet van het recht op goedkoop zwemmen gebruik maken. Er is dus praktisch gezien weldegelijk een verschil in rechten: de zwemmer heeft het recht op subsidiëring van de activiteit die hij leuk vindt, terwijl de caféganger geen recht heeft op subsidiëring van de activiteit die hij leuk vindt.

Duizenden democratisch gekozen wetten en regelingen zijn op soortgelijke manier gebaseerd op ongelijke rechten. Dat geldt voor alle subsidies, maar ook voor allerlei andere regelingen en uitkeringen waarbij bepaalde groepen speciale privileges krijgen. Het feit dat het aantal vestigingsvergunningen voor notarissen beperkt wordt is zo'n privilege. De gevestigde notaris heeft meer rechten dan de startende notaris: de gevestigde notaris heeft het recht om een notariskantoor te houden terwijl een startende notaris dat recht niet heeft.

Hoewel democratie in principe elke meerderheid meer rechten geeft dan de minderheid, zijn toch de meeste privileges voor minderheden. Dat zal ondermeer komen omdat minderheden er vaak hard voor lobbyen om speciale privileges te krijgen. Maar of het nu de minderheid of de meerderheid is die meer rechten heeft, de uitkomst van de democratie is blijkbaar dat niet iedereen dezelfde rechten heeft.

Zelfbestuur? Een individu kan zichzelf regeren, maar een volk kan zichzelf onmogelijk regeren. De wil van het volk bestaat niet. Alleen individuen kunnen dingen kiezen. De enige manier dat een volk zichzelf zou kunnen besturen is als alle 16 miljoen Nederlanders toevallig bij elke beslissing precies hetzelfde willen. Dat is niet het geval. Dus is het in de praktijk zo dat het steeds de meerderheid is die het land bestuurt. Op dit moment besturen het CDA, de VVD en D66 met 78 kamerzetels het land. Die drie partijen vertegenwoordigen 52 procent van de kiezers, 42 procent van de stemgerechtigden en 30 procent van de bevolking. Je kunt dus hoogstens zeggen dat 30 procent van het volk zichzelf regeert, terwijl 70 procent van het volk zichzelf niet regeert. Of dat 52 procent van de kiezers zichzelf mag regeren en 48 procent van de kiezers zichzelf niet mag regeren.

Maar het regeerakkoord is een compromis tussen het programma van drie verschillende partijen. Dat compromis vertegenwoordigt geen enkele partij en geen enkele kiezer. Dus in feite regeert 0 procent van het volk zichzelf. Bovendien wordt je gedwongen een package deal te accepteren. Ook de partij die het beste met jouw wensen overeenstemt, zal nog veel standpunten hebben waar je het niet mee eens bent. Dus zelfs als een partij 51 procent van de zetels zou halen en in haar eentje zou kunnen regeren, dan nog zou 0 procent van het volk zichzelf regeren.

Het mogen kiezen van je leiders? Ook dat is niet het geval. Stel dat u op D66 heeft gestemd bij de laatste verkiezingen, omdat u graag door D66 geleid wilt worden. De uitkomst is dat u geleid wordt door een compromis tussen CDA, de VVD en D66 en dus niet door D66 alleen, hetgeen was waar u voor koos. En als u bijvoorbeeld op de LPF heeft gestemd dan krijgt u helemaal niet wat u gekozen heeft. Democratie zou betekenen dat we onze eigen leiders mogen kiezen, als mensen die op de VVD hebben gestemd door de VVD worden geregeerd, mensen die op het CDA hebben gestemd door het CDA worden geregeerd, enzovoort. En je zou natuurlijk ook het recht moeten hebben jezelf als leider van jezelf te kiezen. In feite bestaan er in een democratie dan ook helemaal geen kiezers. Een keuze impliceert dat je mag kiezen wat je krijgt. Niet dat je een voorkeur mag uitspreken en vervolgens iets heel anders krijgt.

Delegeren we onze macht aan de politici? Heeft u ooit een contract getekend waarmee u de overheid volledige bevoegdheid geeft over uw leven zolang u eens in de vier jaar uw voorkeur mag uitspreken? Een contract waarin staat dat u een hoeveelheid diensten van de overheid krijgt, waarvan de aard en kwaliteit volledig vrij door de overheid zelf bepaald mag worden? Dat u in ruil daarvoor een hoeveelheid belastingen betaalt die de overheid vrij mag bepalen en veranderen? En dat de overheid naar eigen inzicht dingen aan u mag verbieden voor uw eigen bestwil? Dat de overheid de voorwaarden en details van het contract op elk moment eenzijdig mag veranderen? En tot slot, dat u nooit meer mag opzeggen en uw leven lang blijft gelden zo lang u in Nederland woont? Indien het antwoord op al deze vragen ja is, dan klopt het dat democratie betekent dat u uw macht delegeert aan de politici. Zo nee, dan is het helaas zo dat de politici over u regeren zonder uw toestemming.

Tot slot: het verdedigen van de rechten van minderheden? Dat is wel het laatste waar democratie voor staat. De rechten van een minderheid zijn onder een democratie alleen veilig als de meerderheid daarvoor kiest. Maar de rechten van een minderheid lopen juist dan het grootste risico als er een meerderheid is die die rechten wil gaan aantasten. Precies in dat geval zal de meerderheid er voor stemmen om de rechten van de minderheid niet te respecteren.

Minderheden zijn dus vogelvrij in de democratie, en dat is goed te merken. Een paar voorbeelden. Alcohol is legaal omdat de meerderheid van de mensen drinkt, maar xtc is illegaal omdat de meerderheid xtc-gebruik afkeurt. Nu er minder mensen roken dan vroeger ziet de meerderheid zijn kans schoon om een rookvrije samenleving te creëren. Vandaar dat roken steeds zwaarder wordt belast en in steeds meer situaties verboden is. Mensen die hun kinderen thuis onderwijs willen geven komen in problemen met de leerplichtwet, omdat de meerderheid beter weet wat goed voor hun kinderen is. Mensen die liever zelf willen sparen voor hun pensioen moeten toch AOW-premie betalen. De democratie duldt geen tegenspraak.


Conclusie: Democratie betekent niets meer en niets minder dan de dictatuur van de meerderheid. En dat staat ook in de grondwet. Artikel 67, lid 2 luidt: "Besluiten [in de Eerste en Tweede Kamer] worden genomen bij meerderheid van stemmen." Alle andere democratische idealen zijn mooie idealen, maar ze hebben niets met democratie te maken. Sterker nog: ze zijn in strijd met democratie, omdat de democratie al die idealen aantast. Wie streeft naar vrijheid, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten, zelfbestuur, het mogen kiezen van je leiders, het delegeren van macht en het verdedigen van de rechten van minderheden moet geen democraat zijn. Het idee dat al die zaken iets met democratie te maken hebben is Orwelliaanse Newspeak. Democratie is twee wolven en een schaap die erover stemmen wat ze vanavond gaan eten.

Aan de andere kant is er natuurlijk niets mis met democratie als beslissysteem voor iets waar je vrijwillig lid van wordt, en met beperkte bevoegdheden, zoals een tennisvereniging. Als het je niet bevalt kun je immers altijd je lidmaatschap opzeggen.

Over een halve eeuw zal waarschijnlijk de meerderheid van Nederlandse kiezers moslim zijn. Stel dat het parlement dan besluit dat alle vrouwen op straat een hoofddoekje moeten dragen. Is dat een gerechtvaardigd besluit? Er zijn twee mogelijkheden. Of je stelt je op het standpunt dat democratie goed is. In dat geval moet je het recht van de meerderheid respecteren om hoofddoekjes te verplichten. Of je stelt je op het standpunt stelt dat het mogen lopen op de openbare weg zonder hoofddoekje een fundamenteel recht is, dat niet mag worden aangetast. In dat geval vindt je dat de meerderheid niet het recht heeft hoofddoekjes te verbieden. Dat kan, maar je kunt dan niet volhouden dat je een voorstander van democratie bent. Je vindt immers dat in dit geval de minderheid zijn zin moet krijgen en niet de meerderheid. Je kunt hoogstens nog volhouden dat je voor beperkte democratie bent. Je zou bijvoorbeeld voor een grondwet kunnen zijn die de macht van de democratie beperkt tot bepaalde zaken. Maar een echte democraat ben je dan niet meer. Je wijst immers het principe af dat de meerderheid een bron is van legitimiteit. Je vindt hoogstens dat de meerderheid het beste kan beslissen over zaken waarvan jij vindt dat het niet duidelijk is dat er fundamentele rechten worden aangetast, zoals of de vuilnis op maandag of op dinsdag moet worden opgehaald.

De paradox is dat hoewel velen van ons denken dat we denken dat democratie heilig is, we dat niet echt denken. Anders zouden we bij elke beslissing van de overheid waar we het niet mee eens zijn wel denken: jammer, het heeft niet mijn voorkeur, maar het is een rechtvaardige beslissing want "we" hebben er zelf voor gekozen. We vinden het heel normaal dat mensen protesteren tegen overheidsbeleid dat ze oneerlijk vinden. En we vinden het ook heel normaal om over politiek te praten in termen van wat rechtvaardig is. Als we echt in democratie zouden geloven zouden we niet de moeite nemen onze mening te rechtvaardigen met normen en waarden anders dan de democratische norm dat het rechtvaardig is dat de meerderheid zijn zin krijgt. Een echte democraat zou moeten vinden dat de meerderheid het recht heeft om de minderheid uit te moorden. Gelukkig zijn we geen echte democraten.


Winston Churchill zei ooit: "Democratie is een slecht systeem, maar ik ken geen betere." Het mag misschien waar zijn dat democratie tot onderdrukking kan leiden, maar is het niet zo dat het enige alternatief voor democratie dictatuur is? Nee. Dictatuur is geen alternatief voor democratie, want democratie is al een vorm van dictatuur. De relevante keuze is die tussen wel of geen dictatuur. Tussen vrijheid en onvrijheid. Als we kiezen voor dictatuur, dan kunnen we kiezen voor de dictatuur van de enkeling (dictator), de dictatuur van de minderheid (oligarchie) of de dictatuur van de meerderheid (democratie). Maar of het nou een enkeling, een minderheid of een meerderheid is die over ons regeert, het blijft een feit dat anderen over ons regeren. Daarom is het veel interessanter om te kijken of er niet iets mis is met het idee dat anderen over ons moeten regeren.

De gedachte is dat er nou eenmaal besloten moet worden over onze gezondheidszorg, ons onderwijs, onze sociale uitkeringen, onze economie, enzovoort. Dus hebben we een regering nodig. De aanname is blijkbaar dat we allemaal hetzelfde moeten doen. Maar dat is een belachelijk idee. Waarom moeten we allemaal hetzelfde doen? Als 51 procent van de bevolking gezondheidszorgstelsel A wil en 49 procent van de bevolking wil gezondheidszorgstelsel B, waarom moet iedereen dan voor A kiezen? De eerste groep kan toch gewoon systeem A opzetten, terwijl de rest systeem B kan opzetten? Dan krijgt iedereen zijn zin, en is iedereen tevreden. Het idee dat iedereen dezelfde gezondheidszorg moet kopen is even absurd als het idee dat iedereen bij Albert Heijn dezelfde boodschappen moet kopen, bepaald door de wil van de meerderheid.

Meer democratie zou betekenen dat steeds meer beslissingen onder democratische controle vallen. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat het merk auto waar mijn buurman in rijdt bepaald wordt door waar de meerderheid in zijn wijk voor stemt. Of dat zijn buren mogen meebeslissen over zijn seksuele partner. Het is dus duidelijk: als we zoveel mogelijk mensen tevreden willen houden moeten we juist minder democratie hebben en niet meer.

Maar als het een slecht idee is dat we vanavond allemaal biefstuk moeten eten als de meerderheid van de Nederlanders vanavond zin heeft in biefstuk, dan is het logischerwijze ook een slecht idee dat we allemaal hetzelfde onderwijssysteem, dezelfde gezondheidszorg, hetzelfde sociale zekerheidsstelsel, et cetera hebben, alleen maar omdat een meerderheid van de Nederlanders daarvoor kiest.

Het zou veel beter zijn als we allemaal kunnen kiezen wat we willen. Maar zou het niet ingewikkeld worden als er bijvoorbeeld 100 verschillende gezondheidszorgstelsels worden opgericht? Nee, want dat is niet nodig. We hebben namelijk al een universeel systeem dat zorgt dat iedereen op elk gebied precies dat product kan kopen dat hij wil. Dat systeem heet de vrije markt. Het enige dat dus nodig is, is alle gezondheidszorg, onderwijs, sociale verzekeringen et cetera te privatiseren en vrije concurrentie toe te staan. En vervolgens kan iedereen op de vrije markt precies die gezondheidszorg, onderwijs, et cetera kopen die hij wil, zonder een ander te verplichten hetzelfde te kopen. Net zoals we nu naar Albert Heijn gaan om het eten te kopen dat we willen, zonder een ander te dwingen om hetzelfde te kopen. Wij lachen erom dat communistische Russen allemaal in dezelfde Lada reden. Maar is het niet even lachwekkend dat wij allemaal hetzelfde gezondheidszorgstelsel hebben?

Het argument dat de armen het anders niet kunnen betalen is geen reden om onderwijs, zorg, et cetera te subsidiëren en reguleren, met als resultaat bureaucratie, politieke dilemma's, eenheidsworst en beperking van de keuzevrijheid. Als je vindt dat rijken verplicht zijn om armen te helpen, dan is het logischer om ervoor te pleiten dat belastinggeld van de rijken direct naar de armen gaat. Zowel rijk en arm kan dan verder tenminste zelf kiezen hoe ze hun geld besteden, en op de vrije markt precies die diensten kopen die ze willen.


Volgens een onderzoek van Maurice de Hond is 75 procent van de kiezers ontevreden over de zorg voor ouderen. De percentages ontevreden kiezers betreffende overige publieke diensten zijn: veiligheid (61%), onderwijs (59%), medische zorg (63%) en het systeem van sociale uitkeringen (57%). (Bron: De Stem van Nederland, 11 april 2004.) Misschien zijn zoveel kiezers ontevreden over de politiek, niet omdat de overheid onvoldoende democratisch is en te weinig naar de burger luistert, maar omdat het onmogelijk is via de democratie iedereen tevreden te houden. Democratie is immers gebaseerd op de misvatting dat we allemaal hetzelfde moeten doen, waardoor ofwel een minderheid altijd ontevreden is, ofwel in het geval van een compromis niemand zijn zin krijgt.

Op de vrije markt kan in theorie het percentage ontevreden kiezers worden teruggebracht tot 0 procent, omdat iedereen dan kan kiezen wat hij wil. En als je op de vrije markt niet kunt vinden wat je wil, dan kun je tenminste kiezen om een bepaald product dan maar niet te kopen. Je wordt nooit gedwongen te betalen voor iets dat je niet wil. We zouden dus beter kunnen streven naar minder overheid, minder belastingen, meer markt en meer vrijheid. We kunnen beter zoveel mogelijk beslissingen overlaten aan de burger in plaats van aan de democratie. Kortom: we moeten streven naar minder democratie. Als de regenten over minder zaken beslissen, dan is het ook minder erg dat het in de praktijk slechts een klein clubje regenten is dat beslist in plaats van het volk. Als mensen vrij zijn om zelf over hun leven en uitgaven te beslissen, dan pas kun je zeggen dat het volk zichzelf regeert. Is dat niet het werkelijke (on)democratische ideaal?


Het beste alternatief voor de dictatuur van de meerderheid is dus vrijheid. Vrijheid is een simpel idee dat neerkomt op de Gulden regel: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet". Dat is ongeveer de filosofie van het klassiek-liberalisme.

Als je volledige vrijheid nastreeft, dan zou je er hooguit voor kunnen pleiten dat pure collectieve goederen (goederen waarbij het onmogelijk is om mensen die niet betalen van gebruik uit te sluiten) democratisch geregeld worden, zoals het leger en de dijken. En wellicht gezamenlijke voorzieningen waar concurrentie lastig is, zoals snelwegen, spoorwegen en kanalen (het is niet efficiënt om drie concurrerende snelwegen tussen Groningen en Assen aan te leggen). Overige gemeenschappelijke voorzieningen, zoals distributienetwerken van nutsvoorzieningen, kunnen het beste op een zo lokaal mogelijk niveau (gemeente of wijk) bestuurd worden. Er zou bijvoorbeeld een grondwet kunnen zijn waarin staat dat de democratie alleen maar bedoeld is om die gemeenschappelijke voorzieningen te besturen, en niet om mensen te besturen. Al het overige zou moeten worden overgelaten aan vrijwillige beslissingen van individuen, de vrije markt dus. De Verenigde Staten waren daar het beste voorbeeld van. De Amerikaanse overheid is uniek omdat die bijzonder nauwgezet ontworpen is als een liberale constitutionele republiek met zeer beperkte democratische bevoegdheden. Maar inmiddels is ook Amerika verworden tot een totaaldemocratie.

Het libertarisme is de meest radicale vorm van klassiek-liberalisme. De basisregel van het libertarisme is dat iedereen volledig vrij moet zijn met zijn leven en eigendom te doen wat hij wil, zolang hij geen agressie tegen anderen pleegt (zoals diefstal, fraude en mishandeling). Er zijn twee soorten libertariërs: de minarchisten, die voor een minimale staat zijn die alleen verantwoordelijk is voor politie, rechtspraak en het leger (zij vinden overigens wel dat deze zaken via vrijwillige betaling voor verleende diensten moeten plaatsvinden en niet via belastingen) en de anarcho-kapitalisten, die denken dat ook die drie zaken geprivatiseerd kunnen worden. In het laatste geval is er dus helemaal geen staat meer nodig, en dus ook geen democratie.

Anarcho-kapitalisten wijzen op voorbeelden als het middeleeuwse Ierland, IJsland en Friesland, die elke een periode met een nagenoeg libertarische rechtsorde kenden zonder centraal gezag. Politieke filosofen nemen vaak zonder bewijs aan dat er zonder centraal gezag een oorlog van allen tegen allen zou ontstaan. Dit soort voorbeelden, en het falen van de democratie, suggereren dat het eerder andersom is. Juist een centraal (democratisch) gezag creëert een belangenoorlog van allen tegen allen. Het voordeel van het anarcho-kapitalisme is dat het een volledige alternatief voor democratie is. Alle andere vormen van liberalisme pleiten voor een beperkte vorm van democratie. Maar het probleem is dat mensen het niet eens zullen worden over waar de grens ligt, en wat wel en wat niet onder de democratie moet vallen. De oplossing is dan doorgaans dat het de democratie zelf is die beslist over wat er wel en niet onder democratische controle valt. Met als resultaat dat je dan toch een volledige democratie hebt, waarbij de mogelijkheden om het leven van burgers te besturen onbeperkt zijn. De visie dat elke democratische overheid, hoe beperkt ook, op zich illegitiem is zou een oplossing voor dit probleem kunnen zijn.


Toen in 1848 de parlementaire democratie in Nederland werd ingevoerd, werd het niet als doel gezien, maar als een middel om de vrijheid van het individu te beschermen tegen het willekeurige gezag van de koning. Maar gaandeweg is de democratie een eigen leven gaan leiden, is democratie een doel op zich geworden, en is men vergeten dat het oorspronkelijke doel het bereiken van individuele vrijheid was. Daarom is de demo(n)cratie verworden tot een continue machtsstrijd, waarbij iedereen zijn eigen belang nastreeft ten koste van alle anderen, met als resultaat dat iedereen slechter af is.

Vijftien jaar geleden beweerde de politiek analist Francis Fukuyama dat de westerse 'liberale' democratie het eindpunt van de ideologische geschiedenis is. Laten we hopen van niet. Zolang we het als hoogste ideaal zien dat iedereen mag meebeslissen over iedereen, in plaats van dat iedereen over zichzelf mag beslissen, zijn we slaaf en meester van anderen.


Literatuur: Gerard van Westerloo: De Melkert-Methode (NRC Magazine M, februari 2001), Gerard van Westerloo: De Illusie van Democratie (NRC Magazine M, mei 2002), Murray Rothbard: Power & Market, Robert Michels: Political Parties - A Sociological Study of the Oligarchical Tendencies of Modern Democracy, Friedrich Hayek: The Road to Serfdom, Fareed Zakaria: The Future of Freedom- Illiberal Democracy at Home and Abroad, Hans-Hermann Hoppe: Democracy - The God That Failed, Robert Nozick: Anarchy, State and Utopia.

Democratische dilemma's (2005): deel 1 deel 2 deel 3


Terug naar de homepage van Henry Sturman

Email: henry@sturman.net